jabik de vries | webman, vinexfilosoof, nachtfotograaf, schrijver

Alles nieuw | roman (april 2012)

About This Time Each Day – Herbert – 3:45

Het bord Fallaat met de rode streep door de naam. Tot ziens. Wanneer ik gas geef op de invoegstrook van de snelweg, druk ik met mijn wijsvinger in de holte van de knop. Het lied op de iPod zuigt meer en meer op wat om me heen is. De voorruit wordt een soort filmdoek; ik kijk naar landschapsbeelden zonder direct geluid, maar met muziek. Er is geen ritme en het open thema van de contrabas en de pianoakkoorden lijken het verglijden van het landschap nog sneller te laten gaan. De bassist speelt met steeds meer vibrato alsof hij de tijd zelf wil laten trillen.
In de verte staat het bord voor de afslag naar Nij Zwaag. Als we vroeger onderweg naar huis waren en we naderden de afslag Nij Zwaag, stelde mijn moeder vaak voor nog even bij mijn opa langs te gaan. Ik herinner me hoe we eens aan het eind van een doordeweekse middag naar hem toe reden. Het was hoogzomer
Mijn vader parkeerde de auto in de berm van de veenweg. Ik zag mijn opa bij de voordeur zitten en opkijken. Hij had zijn korte broek aan.
We liepen het tuinpad op en riepen elkaar een groet toe.
‘Nou jongens, wat een verrassing!’
In een slordig kringetje kwamen we om hem heen te staan. Mijn ouders praatten wat met hem. Soms keek hij op, dan kneep hij zijn ogen tot spleetjes tegen de late zon. Hij schilde aardappelen. Tussen zijn voeten stond het stoffige mandje en naast zijn rechtervoet de grijs-blauwe geëmailleerde pan met water. Een lang stuk schil leek aan mijn opa’s houten mesje te bungelen.
‘Ik heb vanmiddag niet warm gegeten, omdat ik ben blijven vissen.’
Ik keek naar de gekrulde schil die steeds langer werd en die begon te slingeren. De aardappel draaide traag in mijn opa’s hand rond. Het mesje naderde een pool van de aardappel. Zou hij het halen, zou de schil niet gaan breken eer de aardappel kaal zou zijn? Mijn opa leek er geen acht op te slaan terwijl hij vertelde over de vangst van die ochtend. De krullen werden langer, de schil werd een deinende spiraal. De binnenkant glom, maar aan het einde, bij de kleine kringeltjes waar het mes het begin had gemaakt, was de glans al weg. Opgedroogd. De schil die nog loskwam, werd smaller, zag ik. De aardappel was bijna klaar, maar mijn opa lette nog steeds niet op. Witvis, hoorde ik hem zeggen. En toen viel de schil in het mandje. Over de aardappelen heen. Aan de andere kant van mijn opa’s voet plonsde de aardappel in de pan. De glans aan de binnenkant van de schil verdween helemaal. Het geel werd snel een viezig wit. Mijn blik ging omhoog naar het gezicht van mijn opa.
‘Dat is genoeg voor vandaag.’
Hij stak het mesje in een aardappel en opeens begreep ik dat deze dingen ook gebeurden als ik er niet bij was. Zomaar op een donderdagmiddag, of op een dinsdagochtend. Ik zat op school en dan was mijn opa ook hier met de dingen in zijn huis. Met de weegschaal en de koperen gewichten. Met zijn nieuwe stereo-radiotoestel. En er was altijd een mandje aardappelen met een schil die er net overheen gevallen was en die snel opdroogde.
Ik weet ook dat het bij mijn moeder doorgaat, maar als ik na een dag bij haar, de afslag naar Nij Zwaag passeer, probeer ik haar even kwijt te raken. Dan probeer ik gewoon hard door de tunnel te gaan die de snelweg is. En te wachten op niets.
Ik denk veel aan haar. Dat kan best. Het went. Ik moet me alleen niet opeens een voorstelling maken van haar doen en laten als ik niet bij haar ben. Ik probeer het weg te houden, maar soms komt het plotseling, zoals er ook opeens een steen op de weg liggen kan. Het komt zomaar: ik zit aan mijn werktafel, kijk uit het raam, de tram rijdt voorbij, aan de overkant gaan de twee zussen van de winkel op de stoep zitten met koffie en een sigaret, de ene zegt iets, de andere begint te lachen, en ik denk opeens: waar zit ze nu, waar loopt ze? Wat doet ze nu? Wat denkt ze? Ik zoom in en stel scherp. Om 15:23:41 uur. Of om 7:16:11. Als het nog donker is. Bij het aanrecht waar een kop thee en een bordje staan. Een boterkuipje met het deksel ernaast. Dat moet ik niet doen. Alleen al omdat ik dan ook altijd denk dat ik op de verkeerde plek ben.

Ik druk de vinger in de holte van het plus-knopje. Het natrillen van de snaren van het slotakkoord verdwijnt uiteindelijk toch in het motorgeluid.