Het is de langste nacht en er is een volledige maansverduistering. Deze combinatie was voor het eerst sinds 1638. De volgende keer is in 2094. De maan verdwijnt net achter de horizon en het is mistig, ik moet maar geloven dat het ook werkelijk gebeurt. En terwijl ik naar een onzichtbare maansverduistering kijk, denk aan slingerbewegingen, aan meteoor-inslagen. Ooit. Zo hard dat sommigen zeggen dat de maan er uit ontstaan is. Of een andere die de dino's deed sterven, 65 miljoen jaar geleden. Of die de aarde 23 graden kantelde. Sindsdien hebben we winter, zomer, voorjaar en herfst.
Ik dacht opeens aan een middag in december met een afgerond jaartal. Ik fietste op weg naar huis, over de Platanenlaan in het Vondelpark. Vlak boven de huizen was soms een koude baan licht te zien, maar verder was de lucht grauw en nattig. Het Vondelpark begon zijn jaarlijkse dieptepunt te naderen. Geen blad meer aan de boom, alles stond of lag in een plas en was zwart uitgeslagen van het water.
Weet u nog, die prachtige vrijdagmiddag, eind februari? Vanaf Schellingwoude was ik over de dijk naar Durgerdam gelopen. Links van me de stompe, dikke toren van Ransdorp. Rechts het IJmeer, ooit Zuiderzee. Aan het einde van het dorp werd de dijk hoger. Op de kop van de dijk stond een bankje. Ik ging even zitten en staarde over de natte velden. Het was nog iets te vroeg voor de weidevogels. Achter me zwaaiden de kranen van IJburg langzaam.